Die “goede” ouwe tijd 1


Oktober 2014

Een autobiografisch boek over het leven van Jaap Dannenburg (1913 – 1983)

voorkantdannenburg

Een tijd geleden belde mijn moeder mij dat zij nog heel veel verhalen en gedichten op papier had van haar vader. Dit lag bij haar boven op zolder in een doos en deed daar verder niets mee, wat toch eigenlijk wel zonde was. Mijn opa was een hele creatieve man. Hij was kunstschilder en schreef prachtige gedichten en heb hele fijne herinneringen aan hem. Ik bood natuurlijk gelijk aan om alles over te typen. Daarna werd het een hoop heen en weer gemail, hier een wijziging daar een typefoutje, enzovoort. Uiteindelijk, was het zover! Alle teksten stonden goed op papier. Leuk, dat dit nu zo in de computer staat, maar daar namen we natuurlijk geen genoegen mee. We hebben de tekst voorzien van een aantal foto’s van mijn opa zijn schilderijen en uitgebracht in een boek! Supertrots zijn we op het resultaat.

Hieronder het voorwoord, geschreven door mijn moeder.

Herinneringen aan mijn vader

Wat was hij een lieve vader, maar bovenal een zeer creatieve man. Zijn loopbaan was gelukkig een creatieve, waarin hij al zijn ideeën en inspiratie kwijt kon.

Hij begon op veertienjarige leeftijd bij Hoying, een zeer gerenommeerde zaak, in de kelder met het sorteren van prijskaartjes en het halen van broodjes voor de chefs, maar langzamerhand werd hij etaleur en later chef etaleur. Toen werden er nog etalages gemaakt met decors.

Bij de kroning van Koningin Juliana maakte hij een etalage met de Gouden Koets in Den Haag. Hij mocht er zelfs naar toe om er foto’s en schetsen van te maken en mocht er zelfs even in zitten. Het werd een prachtige etalage waar de mensen van genoten. Hij was altijd druk met etaleren. Met Kerst was hij al bezig voor Pasen.

Ook thuis was hij creatief met schilderen en met het interieur was hij ook altijd bezig. In 1951 schreef en regisseerde hij de musical “contact met de maan”. Deze musical werd opgevoerd door de leerlingen van klas 6 van de P.C. Hooftschool aan de Escamplaan in Den Haag. Hij was zijn tijd dus al ver vooruit. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn zoveel herinneringen. Bij leven heeft mijn vader deze verhaaltjes en gedichtjes geschreven die me erg dierbaar zijn, vandaar dit boekje.

Tenslotte wil ik mijn man John en dochter Wendy bedanken voor de hulp bij het tot stand komen van dit gouden boekje.

Je liefhebbende dochter Thea

 

Hieronder vinden jullie een van zijn mooie verhalen uit het boek om een indruk te krijgen…….

EVA EN DAVID

Ze was nog jong toen ze op de zaak kwam, Eva, nauwelijks achttien, knap, donker en innemend. Dat zij een Jodinnetje was, ach niemand wist het oorspronkelijk en toen het langzamerhand bekend was, stoorde niemand zich eraan. Dat was in 1938 voor geen mens een bezwaar. Integendeel, voor iedereen was het heel gewoon en normaal. Het was voor het eerst dat zij voor haar zieke moeder thuis ging werken , zodat zij thuis de zaken moest behartigen en daarna toen de moeder was overleden bij een getrouwde broer in huis ging. Haar vader had zij nooit gekend. Maar nu was de noodzaak gekomen om niet helemaal op de zak van een ander te teren, ook al was het je eigen broer.

En al was het salaris van leerling-verkoopster dan ook niet zoveel, in ieder geval was het beter dan niets en je mocht blij zijn dat je ergens terecht kwam, want de banen lagen ook toen niet voor het grijpen. Dan was er ook nog David, de jongen die zij al vanaf de schooljaren kende en waar zij zich innig mee verbonden voelde. Hij was twee jaar ouder dan zij en als vertegenwoordiger verdiende hij al een aardig salaris, nou ja het salaris was weliswaar niet zo denderend, maar de provisie was goed en praten en verkopen kon hij als de beste.

Eva hoopte dan ook dat zij niet zo heel lang hoefde te wachten om een eigen huishouden op te kunnen zetten. Maar David vond de tijd wat te onzeker. “Het rommelt overal zei hij, kijk eens wat er in Duitsland gebeurt, de nazi’s worden hoe langer hoe brutaler en vooral de Joden moesten het ontgelden’’. Maar zij had niet zoveel verstand van al die dingen en voorlopig moest zij haar best doen in de zaak en de aanwijzingen van de cheffin nauwkeurig opvolgen. De hele dag was zij dan ook druk bezig, want het kostbare kristal en porselein dat verkocht werd moest voorzichtig behandeld worden. Daarnaast goed luisteren als de oudere verkoopsters met klanten bezig waren, want ook daar kon je veel van leren. Als het erg druk was mocht zij zelf ook al spoedig mee helpen en langzamerhand groeide zij mee in het hele winkelgebeuren.

Maar de oorlogsdreiging werd steeds groter, de tijden benauwder en op 5 mei werd Nederland door de Duitse troepen overvallen. Weliswaar kwam het gehele personeel  ‘s morgens naar de zaak, maar de stemming was bedrukt en men begon gelijk de kostbaarste stukken naar de kelders van het gebouw te brengen. De cassettes met het zilveren bestek, dure serviezen en het kostbare kristal, maar het was natuurlijk onmogelijk om alles te laten verdwijnen. Na vijf dagen was de oorlog voor Nederland voorbij en vijf jaar bezetting stond voor de deur, wat niemand echter toen nog wist.

Aanvankelijk werd het normale leven weer hervat, de kelders werden weer leeggehaald en alles werd weer naar de afdelingen teruggebracht. Ook Eva ging weer haar dagelijkse gang en paste zich zo goed mogelijk aan, zoals iedereen dat moest doen, hoewel de moeilijkheden en mogelijkheden met de maand slechter en kleiner werden. Als er op de zaak gesproken werd over de omstandigheden waarin ieder moest leven en dat gebeurde natuurlijk dagelijks en over de Jodenvervolgingen waar de afschuwelijkste verhalen de ronde deden, dan trachtte iedereen Eva te troosten, dat het maar verhalen waren en dat het heus niet zo erg zou zijn als men vertelde. Eva knikte stil, maar in haar hart was zij bang voor de onzekere toekomst voor haar en David en ’s avonds in de stilte van hun huis trachten zij elkaar te troosten.

Eind ’41 trouwden zij in alle stilte omdat de kans groot was dat ook dat spoedig niet meer mogelijk zou zijn. Want de machthebbers brulden hoe langer hoe harder. De strafmaatregelen werden met de dag strenger en meedogenlozer en de Jodenvervolgingen namen hand over hand toe.

Eva werd op het magazijn te werk gesteld, boven in de nok van het gebouw, met haar toch wel Joods uiterlijk was het te gevaarlijk geworden haar op de afdeling verder te laten werken. De verraders sliepen niet, zeker niet in die tijd. Bovendien bleek al spoedig dat Eva in verwachting was, natuurlijk in deze tijdsomstandigheden uiterst dom, maar het feit lag er nu eenmaal. Voor David was het niet langer mogelijk zijn baan te houden, dagelijks als vertegenwoordiger langs de weg, met de toen verplichte Jodenster op zijn jas, werd hij al gauw gedwongen zijn koffer bij zijn firma in te leveren.

Gelukkig dat Eva maandelijks nog geld binnenbracht, hoewel zij al niet meer op de loonlijst van de firma stond want het was al lang streng verboden Joods personeel in dienst te houden.

Tegen het einde van ’42 werd hun zoon geboren, in alle stilte en beslotenheid. Er was geen feestvreugde en er waren ook geen geboortekaartjes.

In februari ’43 gebeurde het, om negen uur in de avond werd de straat waarin Eva en David woonden, aan twee kanten afgesloten. Duitse vrachtwagens denderden de doodstille straat in, geschreeuwde bevelen en stampende laarzen, gebonk met geweerkolven op de buitendeuren van de huizen, de Joden werden naar buiten gesleurd en in de vrachtwagens gestompt.

De jaren gingen voorbij, zij werden ouder en ouder, maar diep in hun hart bleef het verdriet om hun enigst kind, dat nooit meer terugkwam. Tenslotte hadden zij nog maar een wens om, voor zij zouden sterven, het beloofde land Israël te mogen bezoeken. Na lange voorbereiding en met de hulp van de Stichting voor oorlogsslachtoffers, werd hun wens vervuld en bezochten zij de Joodse staat Israël, spraken met mensen die dezelfde verschrikkingen hadden doorstaan, maar ook met vele jongeren, die wel de verhalen kende, maar van een andere generatie waren, maar wel bereid waren hun land te verdedigen tot het uiterste.

Toen Eva en David op een dag wandelden door de straten van Tel Aviv, bleef Eva plotseling als aan de grond genageld staan en staarde naar een man die voor de etalage van een winkel stond, een jongetje van een jaar of acht aan zijn hand.

“Wat is er” vroeg David, “word je niet goed, je ziet zo wit als een doek”. “David” zei Eva, ”die man daar, dat ben jij zoals je dertig jaar geleden was, twee druppels water”. Nu zag David het ook en een schok ging door de beide mensen. Hun gedachten vlogen terug naar de donkere avond van 1943. De Duitsers, de auto’s, zij hoorden weer het geschreeuw, het gestamp van de laarzen en hun kind dat zo plotseling verdwenen was. De tijd haalt vreemde dingen uit met mensen, hij springt moeiteloos van de ene generatie naar de andere en hier stond het levend bewijs. De onbekend man, zich nergens van bewust, liep door met de kleine jongen aan de hand. Onwillekeurig volgde Eva en David hem en na een klein half uurtje kwamen zij in een stille keurige straat, waar de man stil stond voor èèn van de huizen, een sleutel uit zijn zak haalde en met het kind naar binnen ging.

De hele weg hadden Eva en David geen woord gesproken, ieder verdiept in hun eigen gedachte, maar die wel gelijk waren. “David” zei Eva, “zou het mogelijk zijn, ons kind, onze zoon, hoe komen wij het ooit te weten, er zijn zoveel jaren over heen gegaan en ik ben altijd blijven hopen.” “Er is maar een oplossing” zei David, “we gaan het vragen”. Gelijk liep David naar de deur en belde aan, Eva volgde aarzelend. Toen de deur open ging stond daar een jonge knappe vrouw en vroeg vriendelijk naar de reden van hun komst. David begon een beetje verward het verhaal te vertellen. Holland, de bezetting, hun deportatie en hun vermoeden. De jonge vrouw die eerst verbaasd, maar daarna met stijgende belangstelling had geluisterd, zag plotseling de gelijkenis tussen haar eigen man en de oude man die voor haar stond.

“Simon” riep zij naar achteren, “kom eens hier, ach neemt U mij niet kwalijk, komt U binnen alstublieft”. Inmiddels was ook haar man naar voren gekomen, terwijl de vrouw de twee onbekende mensen naar binnen bracht. Opnieuw vertelde David alles, zijn gezicht was bleek en aanvankelijk wilde de woorden niet over zijn lippen komen, maar langzaam aan ging het beter, terwijl de man dit alles aanhoorde gingen ook zijn gedachte terug naar zijn kindertijd. Van de gebeurtenissen tijdens de bezetting wist hij natuurlijk niets, daarvoor was hij toen te klein geweest, wel wist hij dat hij was opgegroeid , eerst in diverse tehuizen, later op een internaat en tenslotte in een pleeggezin. Daar had men hem verteld dat zijn ouders door de Duitsers waren weggevoerd en ongetwijfeld waren vergast, zoals zij met alle Joden hadden gedaan.

Vanaf dat moment had hij zich voorgenomen eens naar Israël te gaan en mee te helpen dat land op te bouwen. Omdat hij uitstekend kon leren en met behulp van diverse Joodse instellingen en beurzen, was hij tenslotte ingenieur geworden. Met zijn jonge vrouw was hij toen drie jaar geleden in Israël gekomen en had hij onmiddellijk een goede baan gekregen. En nu luisterde hij naar dat wonderbaarlijke verhaal van de twee mensen voor hem. Men besloot tenslotte dat men contact op zou nemen met het bureau van de stichting ’40-’45 dat in Jeruzalem een kantoor had, temeer omdat David in Nederland al enkele jaren een uitkering daarvan ontving, misschien dat zij volledig achter de waarheid zouden komen.

Maar Eva en David wisten het nu al zeker. Er was een wonder gebeurd, zij hadden hun zoon, hun kind, teruggevonden na al die lange jaren. En niet alleen hun kind, er was ook een dochter bijgekomen en een kleinkind.

Zij waren niet tevergeefs naar Israël gegaan, het beloofde land.

Meer mooie verhalen en gedichten kun je vinden in het boek: die “goede” oude tijd.
Het boek is te bestellen door te klikken op de volgende link: die “goede” ouwe tijd, Jaap Dannenburg


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een gedachte over “Die “goede” ouwe tijd

  • Thea Loorbach

    Leuk Wendy dat je dit op je site hebt gezet. Ik hoop dat veel mensen dit gaan lezen. Hij heeft zoveel mooie gedichten, memoires en verhalen geschreven dat je er ingezogen wordt. Het leest heel makkelijk en je bent benieuwd naar het volgende verhaal. Hij heeft dit natuurlijk allemaal zelf opgeschreven en wij hebben het in een boekje uitgebracht. Jammer dat hij dit niet meer heeft mogen mee maken, maar hij zou het prachtig hebben gevonden. Maar misschien zit hij op een wolk met een glimlach en geniet hij ervan en is hij trots op ons, veel liefs mama